Derde Hoofdstuk : Mohammed en zijn vrouwen

Opgegroeid in een relatief mild milieu, wordt de volwassene Mohammed een beheerste man, zonder wilde passies en met een nuchter karakter. Liefdesavonturen kent hij niet. Hij is religieus uit traditie en meditatief van nature. Tegelijk leert hij ook het koopmansleven. Hij wordt de betrouwbare genoemd: `al amin'.

Niets schijnt hem te bestemmen voor de rol die hij later gaat spelen. Mekka was van ouds een religieus centrum. Er waren de bedevaarten van heidense oorsprong trouwens, en er was de Ka`ba, het huis van Allah, met de zwarte steen, die door de moslims wordt gekust.

Er waren de afbeeldingen van verschillende godheden. Er waren ook christenen in Mekka, voornamelijk slaven. evangelie

Door toedoen van zijn familie komt hij in contact met een rijkere weduwe, die een zaakvoerder zocht. Het komt tot een echte relatie. Mohammed huwt de weduwe en verwekt bij haar kinderen. Niets is meer gewoon dan het leven van Mohammed.

En toch... Elk jaar gaat hij in afzondering bidden, een hele maand lang.

Dat wijst op een probleem. Wat zoekt hij juist? Welk gemis wil Mohammed compenseren?

Blijft er al die tijd geen grote leegte in Mohammeds geest: zijn behoefte aan een echte vaderlijke figuur?

Het komt voor dat bij kinderen waar de vaderverhouding problematisch of gestoord is, er een godsdienstig probleem ontstaat. Het Godsbeeld van de Vader in de hemel gaat de plaats innemen van het ontbrekende vaderimago. Bij wezen is het typisch dat het vaderimago geïdealiseerd wordt: die vader is volmaakt en heeft geen gebreken.

Bij Mohammed is het Allah die een absoluut dominerende plaats gaat innemen in zijn bewustzijn. Allah is gewoon alles. Hij is de ideale vader die alles kan, die alles weet, die barmhartig en liefdevol is. Natuurlijk is Hij ook de vertegenwoordiger van het gezag. De bozen zal Hij straffen. Maar voor de gelovigen is Hij goed, die helpt Hij.

Affectief is Mohammed duidelijk het slachtoffer van voortdurende pech. Eenmaal gehuwd, verliest hij één na één al zijn kinderen behalve zijn dochter Fatima.

(Hij had namelijk vier dochters, Zainab, Ruqaija, Umm Kulthum, Fatima en enkele zonen (één of twee of meer?) Qasim, Lahab, Usman, Abdallah, Ibrahim, Manaf die alle stierven als kind..

Als we weten hoe belangrijk het voor mannen in het Midden-Oosten is om mannelijke afstammelingen te hebben, - was dat gemis ook niet het trauma dat Abraham in een crisis stortte? - dan kunnen we bevroeden dat ook Mohammed niet ongevoelig is gebleven voor deze reeks tegenslagen.

Is het daarom dat Mohammed zich bijzonder verwant voelt met Abraham? "Ik heb nooit een man gezien die meer op mij lijkt dan Abraham", zei hij. Hij adopteert derhalve een slaaf, Zaid. Maar die sneuvelt op zijn beurt in de slag bij Muta. Daarom is hij ook bijzonder blij als hij later (maart 630) van Mariya, de Koptische slavin, een zoontje Ibrahim krijgt dat echter spoedig zal sterven. Nu was hij `abtar', dus zonder mannelijke nakomelingen.

Van zijn geboorte af tot diep in zijn volwassenheid kent Mohammed slechts rouw, een bijzonder ingrijpende rouw: hij verloor al te vroeg zijn vader, nadien zijn moeder, grootvader, zijn vrouw, mannelijke kinderen en later ook zijn dochters. Kunnen we op die manier het verbod van Mohammed nog pasgeboren meisjes levend te begraven, zoals bij de Arabieren gebruikelijk was, niet begrijpen en ook zijn wanhopig streven naar steeds meer vrouwen met als doel tenslotte toch een mannelijke nakomeling te krijgen?

Deze frustrerende rouw wordt enigszins verzacht door de diepe genegenheid van de familie, van de echtgenote, van de latere bijwijven.

Ook het vroege wegvallen van de moeder en de complexe moederbinding (met de echte, de min en de pleegmoeder) kunnen bij Mohammed een onzekerheid veroorzaakt hebben, tot in de partnerkeuze toe. Zijn vrouw is geen jonge maagd. Khadidja was een weduwe, die wat ouder was, - hoeveel is onduidelijk. Ze zou volgens sommigen op het ogenblik van het huwelijk zowat veertig jaar geweest zijn. Zij was dus ongeveer vijftien jaar ouder dan Mohammed. Reeds tweemaal gehuwd en met twee zonen uit het eerste en een dochter uit het tweede huwelijk, was zij dus eerder een moeder- of zelfs een tantefiguur. Zij was ook financieel dominant en kon haar voorwaarden opleggen. Zij steunde Mohammed en geloofde in hem. Mohammed was haar dan ook zeer trouw.

De traditie bewaart een pikante geschiedenis omtrent het huwelijk van Mohammed. Om haar vader zo ver te krijgen haar aan Mohammed ten huwelijk te geven, maakte zij hem dronken en maakte hem daarna wijs, dat hij haar hand had gegeven aan Mohammed.

Na de dood van zijn vrouw (619) komt Mohammed niet meer tot een exclusieve verhouding.

Onmiddellijk na de dood van Khadidja (619) is er een keerpunt in Mohammeds seksuele leven. Hij wordt polygaam en neemt praktisch elk jaar een vrouw bij.

In het beginstadium van zijn prediking voert hij oppositie tegen de godinnen; hij is hun vijand. Nu wordt hij een liefhebber van vrouwen. Als een verslaafde schijnt hij seksueel onverzadigbaar.

Mohammed huwt eerst Sauda bint Zamaa, weerom een weduwe, zowat dertig jaar oud, weinig elegant, doch geschikt als huishoudster en mogelijk eerst gekozen als een vervangster voor de oudere Khadidja.

Kort daarna huwt hij de dochters van zijn twee belangrijkste luitenanten: Abu Bakr en Umar. In 623 huwt Mohammed Aisha, een kind nog, en zijn enige maagdelijke bruid, dochter van Abu Bakr. Ze was zes jaar als ze hem als zijn vrouw werd toegewezen; hij voltrok het huwelijk als ze negen jaar oud was. Haar speelgoed mocht ze meenemen.

Men zou kunnen vermoeden dat de levendige en aantrekkelijke Aisha eigenlijk de plaats inneemt van één van zijn eigen kinderen, dat overleed of ontgoochelde. Zij is affectief meer een dochter dan een echtgenote. Bij de dood van Mohammed was ze achttien jaar.

Tijdens zijn korte ziekte (13 dagen) was zij het die hem verpleegde. In haar armen stierf hij. Onder haar huis werd hij begraven.

Hafsa, de dochter van Umar, had haar echtgenoot verloren in de veldslag te Badr. Haar vader bood haar de profeet aan. Het huwelijk is hier ook een vorm van sociale verantwoordelijkheid: de Profeet zorgt voor de vrouwen van gevallen of overleden verdienstelijke medestanders.

Voor het overige zijn alle volgende vrouwen jonge weduwen, die ook enigszins de rol van moederfiguur konden spelen. Zijn moeder was namelijk erg jong toen ze stierf. Dus zijn moederbeeld is dat van een jonge vrouw, die ofwel maar vluchtig in zijn bestaan komt, ofwel z'n bestaan deelt met vreemden.

Het is of hij continu op zoek is naar een nieuwe of echte moeder. Hafsa huwt hij in 625; in 't zelfde jaar wordt ook Zainab bint Khutaima zijn vrouw.

Zij was reeds tweemaal weduwe en zal enkele maanden nadien overlijden.

De zesde was Umm Salama.

Al deze vrouwen zijn verwanten van medestanders van Mohammed; sommigen hadden hun man verloren. Het lijkt erop dat hij daarmee hun verlies wil compenseren.

De zevende was echter zijn nicht Zainab, die Mohammed huwde na haar echtscheiding met zijn geadopteerde zoon Zaid.

Mogelijk was Zainab niet zo gelukkig met Zaid, die eens Khadidja's slaaf was geweest en door haar aan Mohammed werd geschonken, en was het huwelijk met Mohammed een middel om haar tevreden te stellen. Toch was er wel een schandaal. Mohammed zou toevallig bij haar binnengelopen zijn en haar halfnaakt hebben gezien. Op slag begeerde hij haar. Hij zou gemompeld hebben: "Geloofd zij Allah, die de harten doet omslaan". Hij zou Zaid overtuigd hebben om van Zainab te scheiden. Dat zou samen met de slechte verhouding tussen beide echtgenoten, de aanleiding geweest zijn voor het huwelijk.

De achtste was Raihana, een joodse, die hij in 627 verwierf.

Zij verkoos slavin te blijven en bleef haar joodse godsdienst trouw.

De negende, Juwairiya, uit de stam van de Banu Mustaliq, nog een krijgsgevangene, huwde hij in 628. Zij was 20 jaar.

Hetzelfde jaar ontmoette hij Umm Habeiba, die uit Abessinië kwam na de dood van haar echtgenoot. Zij was de dochter van Abu Sufyan, de grote en machtige tegenstrever van Mohammed te Mekka. Zij was gehuwd met een gelovige moslim en met hem naar Abessinië uitgeweken.

Dan volgen Safiya, een vrouw van het hoofd van de Kurayza-joden, die gedood werd door de moslims. Dezelfde dag dat haar echtgenoot gedood werd, werd ze verplicht met Mohammed te slapen en zijn vrouw te worden. Zij was één der Banu Nadir die verdreven werden uit Yathrib en zich vestigden te Khaibar. Bij de inname van deze oase werd ze gevangen genomen en aan Dinya gegeven. Mohammed zag haar en was getroffen door haar schoonheid. Hij gooide zijn mantel over haar, om daarmee te zeggen dat hij ze voor zich reserveerde. Hij kocht ze vrij voor zeven stuks vee.

Haar man liet hij wreed ombrengen, omdat die weigerde de schatten van de Kurayza aan Mohammed over te dragen.

Aisha en de andere vrouwen waren aanvankelijk jaloers op haar, ook wegens de al te haastige bruiloft. Zij werd een vriendin van zijn dochter Fatima. Zij stierf in het jaar 50 of 52 en liet een erfenis na van 100.000 dirhams.

Maimoena, schoonzuster van Abbas, een oom van Mohammed, huwde hij in 629 ten tijde van zijn bezoek aan Mekka,

en tenslotte was er nog de mooie Mariya, een Koptische slavin, cadeau gezonden door de Egyptische Patriarch Cyrus Mukawkis, gouverneur van Alexandrië, nadat hij een brief ontvangen had van Mohammed (627).

In 632 sterft hij.

De koran, die het aantal vrouwen voor alle moslims tot vier beperkt, maakt voor de Profeet een uitzondering. Alleen deze geniet van het voorrecht meer dan vier vrouwen te mogen hebben. En daarmee bewijst de koran dat de inspiraties van Mohammed, vooral in de latere periode, beantwoordden aan zijn noden en zijn verwachtingen, namelijk zijn nood een mannelijke opvolger te verwekken en de voldoening van zijn seksuele drang.

Zelfs Aisha merkt dat op: "Ik heb de indruk dat uw Heer haast maakt om uw verlangens te voldoen!" zegt ze aan Mohammed.

Dat is ook het geval bij zijn huwelijk met de vrouw van zijn geadopteerde zoon. Een openbaring verzekert hem: "Toen nu Zaid het vereiste aan haar (Zainab) voltrokken had, hebben Wij u haar tot echtgenote gegeven, opdat er voor de gelovigen geen belemmering zou zijn ten aanzien van de echtgenoten van hun aangenomen zoons... Er was geen belemmering voor de profeet ten aanzien van wat Allah hem had toegewezen..."

Voor zijn dochter Fatima toont Mohammed slechts weinig interesse. Zij was een ziekelijke, triestige verschijning. Ze had een zwakke constitutie, ze was mager, had een anemische kleur, was dikwijls ziek en was ongeschikt voor het harde labeur dat aan de Arabische vrouw werd opgelegd. Ze was droefgeestig en weende vaak; ze was niet erg intelligent.

Als Mohammed haar uithuwelijkt, - ze was lang niet mooi, in tegenstelling tot haar zuster Ruqaija - kiest hij voor haar een domme, arme, luie en lelijke echtgenoot, Ali, die als enige verdienste had reeds lang moslim te zijn. Een bruidsschat krijgt ze niet mee.

In Yathrib valt Fatima Mohammed voortdurend lastig om van hem materiële en morele steun te krijgen, omdat ze niet overeenkomt met de luie en domme Ali, en soms honger lijdt. Maar de Profeet wijst alles af en zegt koudweg, dat ze maar moet gehoorzamen aan haar man. Hij vertrouwt Ali ook geen functie met enige verantwoordelijkheid toe.

Dat alles staat in schrille tegenstelling met zijn gedrag tegenover Aisha, zijn liefste vrouw, en haar vader Abu Bakr, die door de plundertochten een rijk man wordt.

Fatima is duidelijk de dochter die ontgoochelt en Aisha neemt haar plaats in.

De Profeet wordt meermaals uitgenodigd in rijkere gezinnen. Hij laat zich dan steeds vergezellen door Aisha. Fatima laat hij volkomen terzijde.

Daarom is het ook Fatima, die door de andere vrouwen gedelegeerd wordt om Mohammed te vragen Aisha minder te bevoordelen. Wanneer Fatima zich door Mohammed laat afschepen, zenden ze daarna nog Zainab.

Maar er is meer: hij is ondertussen door de rooftochten rijker geworden en kan zich meer veroorloven. Op het einde van zijn leven is Mohammed, eigenaar van grote domeinen in Yathrib, Khaibar, Fadak, Wadi'l- Kura; Fatima Bakr Hasan Hosam Kulthum Zainab.

Hij heeft meer gezag verworven. Hij is de Heer van Yathrib, nu Medina geworden. Yathrib werd naar hem genoemd: `Madinah an-Nabi' (de stad van de Profeet). Hij heeft een spreekgestoelte, dat meer op een troon gelijkt en waarbij een gewapende wacht postvat. Hij heeft een soort scepter.

Hij en zijn luitenanten beschikken nu ook over een rijke voorraad dure klederen uit Syrië en Egypte. Hij gaat gekleed in 't rood, soms in geel en groen, ook als hij langs de bazars kuiert, hij bezit een purperen tent, doch vooral het bezit van de vele vrouwen is een teken van zijn macht.

Dat stelt soms ook problemen. Sommigen van zijn volgelingen kregen als buit wel eens vrouwelijke krijgsgevangenen te pakken. Ze verlangden de vrouwen, doch ze wilden er tegelijk losgeld voor krijgen. Toen vroegen ze Mohammed wat hij dacht van de coïtus interruptus in dat geval. Mohammed antwoordde dat het weinig uitmaakt. Want elke ziel die geboren moet worden voor de dag van de Verrijzenis zal toch geboren worden.

Overigens is hij vol begrip. De getrouwheid van de vrouwen wordt wel eens op de proef gesteld bij de lange afwezigheden van de krijgers. Om deze laatsten verrassingen te besparen wordt het ze verboden al te onverwacht thuis te komen. Bovendien heeft hijzelf de smaak te pakken. Hij bekent: "Ik houd boven alles van vrouwen en reukwerk, alhoewel mijn oogappel het gebed is".

Aisha vertelt hoe hij zich gedroeg als zij haar maandstonden had: dan kamde zij zijn haren, terwijl hij met zijn hoofd op haar schoot lag, en hij streelde haar en reciteerde de koran.

Uit zijn praktijk stamt ook de regel, dat men met een nieuwe vrouw, als ze maagd is, vooraleer naar de anderen te gaan, zeven dagen mag samenblijven en met een weduwe drie dagen.

Er wordt gezegd dat hij gewoon was in één ronde, nacht en dag, al zijn vrouwen een bezoek te brengen. Voor de eigenlijke geslachtsbetrekkingen gold een beurtrol. Zijn gezellen zeiden van hem, dat hij de kracht had van veertig man.

Tegen het einde van zijn leven kreeg hij echter moeilijkheden.

Opmerkelijk is dat hij bij Khadidja kinderen had, terwijl hij, alhoewel hij seksueel zeer actief is, kinderloos blijft bij al die andere vrouwen, die nochtans kinderen konden krijgen.

Alleen bij Mariya lukt het hem een zoontje te verwekken.

De vruchtbaarheid van de vrouw hangt niet alleen af van de man, doch ook van de vrouw. De vraag mag dus gesteld worden: wensten de bijwijven van Mohammed wel kinderen van hem? De meesten waren weduwen. Sommigen hadden geen kinderen van hun vroegere echtgenoten, anderen zoals Umm Salama hadden er verscheidene.

Een ander detail is misschien ook belangrijk: onmiddellijk na de geslachtsbetrekkingen waste Mohammed zich helemaal, maar ook zijn vrouw Aisha bekent dat zij een spoeling toepaste; waarschijnlijk deden de andere vrouwen dat ook.

Toch is het mogelijk dat zijn vruchtbaarheid sterk afgenomen was: Mohammed stond onder grote stress. De voortdurende strijd tegen de Mekkanen, tegen de joden, de beleidsbekommernissen binnen zijn eigen gemeenschap waar Uitgewekenen en Helpers niet altijd harmonisch samenleefden, de moeilijkheden met de `huichelaars, de intriges binnen de harem waar Umm Salama, Hafsa, en Aisha polarisatiepolen vormden, terwijl Fatima zeer ontevreden bleef, konden zijn vruchtbaarheid verminderen. De talrijke vrouwen bezorgden Mohammed zeker ook kopzorgen. Over Aisha bijv. weten we meer. In het begin van zijn huwelijk komt Mohammed met de kleine Aisha spelen als met het kind, dat zij eigenlijk was.

Later ontstaat er een groot schandaal. Mohammed houdt telkens een loting om te bepalen welke vrouw hem mag vergezellen op zijn tochten. De vrouwen volgden gewoonlijk zingend de legers en verzorgden de gewonde krijgers.

Bij de terugkeer van een tocht tegen de Banu Mustaliq, waar Mohammed pas Juwairiya, een nieuwe vrouw, een gevangene, verwierf, was Aisha uitgeloot. Maar door een misverstand wordt alleen haar draagstoel (howdah) op de kameel gebonden zonder haar; ze had die namelijk even verlaten voor een dringende behoefte; ze had daarbij een parelsnoer verloren, dat ze was gaan zoeken. Toen ze terugkwam was de karavaan al vertrokken, want de dienaren dachten dat ze in de howdah zat en hadden de kameel gezadeld.

Aisha hulde zich in haar mantel en bleef daar liggen, bij zichzelf zeggende, dat men haar wel zou missen en haar zou komen ophalen. Nu lag ze daar nog maar net als Safwan, die even achtergebleven was en de nacht niet bij de troepen had doorgebracht, er voorbijkwam.

Hij zag haar en was verbaasd. Hij bracht haar zijn kameel en zei haar te rijden, terwijl hij volgde. Men miste Aisha pas de volgende morgen in Medina.

Het leger was echter zwaar geërgerd en vooral de zogenaamde huichelaars, de munafiqun met aan het hoofd Abdallah ben Ubayy. Die maakten het Mohammed lastig.

Aisha kende Safwan al van vroeger en er werd gefluisterd, dat deze ontmoeting niet de eerste was. Zelfs de hofdichter Hassan maakte vervelende toespelingen. Het schandaal sleepte weken aan en werd zeer ernstig.

Aisha keerde terug bij haar ouders, die ook niet helemaal overtuigd waren van haar onschuld, maar haar toch steunden. Mohammed gedroeg zich stroef tegenover haar, ook al was ze ondertussen ziek geworden. Hij stelde een onderzoek in, ondervroeg daartoe eerst Usama, de zoon van zijn aangenomen zoon Zaid, dan Barira, de negermeid, en vooral Zainab, een concurrente van Aisha, maar als ze allen eenstemmig goed spraken over Aisha, - Aisha zal Zainab levenslang dankbaar blijven - begon Mohammed ook te twijfelen aan haar schuld.

Aisha keerde daarna terug naar het huis bij Mohammed. Deze zei haar dat Allah wel zou uitmaken of ze schuldig was of niet. Na een tijd krijgt hij dan ook een openbaring, die Aisha's onschuld reveleert. Daarop geeft hij het bevel de lasteraars met tachtig geselslagen te straffen.

Ofwel was het een gewoon misverstand dat binnen de bekrompen sfeer een grote weerklank had, ofwel was Aisha niet zo onschuldig als ze beweerde, ofwel was Aisha gekwetst en jaloers, omdat Mohammed weer een nieuwe vrouw had gehuwd en uitte ze die jaloersheid door met Safwan publiek te verschijnen.

Aisha bekende trouwens ook, wel eens jaloers geweest te zijn op Khadidja, over wie Mohammed steeds met veel lof sprak.

De inspiratie van Mohammed anderzijds is mooi geakteerd: hij is gehuld in zijn mantel, een leren kussen wordt onder zijn hoofd gelegd. Als hij weer recht komt, wist hij de zweetdruppels van zijn wenkbrauwen en verklaart: "Goed nieuws, Aisha. Allah heeft uw onschuld bevestigd".

Aisha was de geliefde vrouw van Mohammed. Hij hield blijkbaar te veel van haar om ze zomaar wegens ontrouw te veroordelen. Om het schandaal bij de troepen te doven, was er geen betere wijze dan een goddelijke bevestiging van haar onschuld door een openbaring aan de Profeet voor te wenden.

Het verhaal laat niet toe met zekerheid te bepalen of Aisha schuldig was of niet, en in welke mate, al lijkt het waarschijnlijk dat de jonge Aisha wel gevoelig was voor een jongere minnaar. Aangezien Aisha hem meer een dochter was dan een echtgenote, kon Mohammed overtuigd worden van haar relatieve onschuld, al was de situatie compromitterend en waren de uitvluchten verdacht. Het verhaal van het halssnoer lijkt op een verzinsel om het wachten op de minnaar te verklaren. Nog moeilijker is het om te geloven dat dienaren niet merken dat er geen vrouw in de `howdah' zit, als die erin moest zitten. Het maakt zo'n dertig tot vijftig kilo verschil uit. Vandaar dat we geneigd zijn Aisha van simulatie te beschuldigen. Ze gaf blijkbaar instructies aan de dienaren toch maar te vertrekken zonder haar, gekwetst als ze was door de concurrentie van een nieuwe vrouw in de genegenheid van de Profeet. Dat is ook een natuurlijke reactie bij vrouwen die hun man verdenken. Wanneer ze zich vertoont in het gezelschap van de jongere Safwan, is het schandaal compleet. Het loopt haast uit de hand. Het verhaal schildert een meisje, dat in de grootste verlegenheid verkeert, omdat ze betrapt is in het gezelschap van een andere man, die zogezegd toevallig voorbijkwam, maar bovendien volledig verrast werd door het immense schandaal dat zij verwekte.

Mohammed zelf wil blijkbaar ook geen geroddel over zijn vrouwen. En het uitlekken van de mogelijke relatie was zo al erg genoeg, zodat Safwan zich niet meer kon vertonen in de omgeving van Aisha. Niet lang daarna vond hij trouwens de dood.

Sindsdien mocht Aisha de Profeet niet meer vergezellen op zijn tochten; in haar plaats kwam Umm Salama.

Ali, de echtgenoot van Fatima, werd ermee belast een oogje in 't zeil te houden. Aisha moest onberispelijk zijn. De Profeet zelf gaat er trouwens ook prat op nooit een vrouw aangeraakt te hebben, die de zijne niet was.

Omdat Mohammed nogal achterdochtig was omtrent zijn mooie jonge vrouwen en erg voorzichtig, werden contacten met vooral jongere mannen erg beteugeld.

Oorspronkelijk uitsluitend voor de vrouwen van de Profeet, werd door Mohammed de `afsluiting' of `gordijn' of `sluier' of speciale `afgesloten huisvesting' (( hidjab) ingevoerd, die Kasim Amin (1899) "de gemeenste vorm van slavernij" noemde.

Het was bij zijn huwelijk met Zainab bint Djahch dat hij de gelovigen een maal liet opdienen. Toen het afgelopen was, bleven nog drie personen in de kamer zitten, terwijl de Profeet al met zijn nieuwe vrouw gemeenschap had gehad. Hij kwam weer binnen en ging eerst naar Aisha, en daarna naar zijn andere vrouwen die hem telkens geluk wensten. De achtergebleven gelovigen maakten zich vlug uit de voeten. Toen kwam het vers van de koran dat getuigde van het verlangen naar privacy van de profeet.

Mohammed is erg preuts of voorzichtig bij maaltijden waar genodigden komen. "O gij die gelooft, treedt niet de huizen van de profeet binnen, tenzij dat u verlof gegeven is, voor een maaltijd, zonder de tijd daarvoor af te wachten. Maar wanneer ge genodigd zijt, treedt dan binnen; en wanneer ge gemaaltijd hebt, verspreidt u dan, zonder u in onderling gesprek te begeven. En wanneer ge één van de vrouwen om een gebruiksding vraagt, zo vraag ze het van achter een afscheiding." Dat doet iedereen denken aan de gebruikelijke gordijnen en afsluitingen bij de Carmel, maar wijst ook op een paranoïde trek van wantrouwen.

Er mag niet gepraat worden achter Mohammeds rug, en men mag niet huwen met zijn vrouwen, zelfs niet na zijn dood.

Toen een andere vrouw van hem, Hafsa, eens afwezig was, had Mohammed seksuele betrekkingen met zijn slavin Mariya, waarvan hij dolveel hield, in Aisha's bed op een ogenblik dat het Hafsa's beurt was. Dat was een zware overtreding van de wet van de harem. Hafsa betrapte de profeet en maakte een scene.

Mohammed eiste dat zij dat voorval geheim zou houden, maar Hafsa vertelde alles aan Aisha. Heel de harem kwam solidair in opstand. De beroering werd zo groot, dat Mohammed dreigde al zijn vrouwen te verstoten. Met Hafsa kwam het daarom bijna tot een echtscheiding, maar de tussenkomst van haar vader Umar kon de zaak doen keren.

Was ook het feit dat hij niet wilde dat iemand na zijn dood zijn vrouwen zou huwen niet één van de redenen die hem deden terugkomen op zijn besluit Hafsa of andere vrouwen te verstoten?

"Waar is de tijd", zei Umar, "dat wij, Quraishieten, onze vrouwen overheersten, maar nu in Medina zijn er mannen die zich laten overheersen door hun vrouwen". Mohammed glimlachte en wedervoer: "Onlangs ben ik nog bij Hafsa geweest en heb haar gezegd: `Ge moet niet jaloers zijn als uw buurvrouw schoner is dan gij en de voorkeur wegdraagt van de Profeet'".

Daarna zwoer hij zijn vrouwen een maand te mijden. Gedurende negenentwintig dagen bleef hij er weg.

Toen hij eerst bij Aisha terugkeerde, deed ze hem opmerken dat een maand dertig dagen duurde. Hij antwoordde: "Soms duurt een maand maar negenentwintig dagen!"

Elke vrouw kreeg nu de keuze: Mohammed of scheiden. Ze verkozen allen Mohammed.

Mariya werd nu elders ondergebracht en werd daar bewaakt door een andere slaaf, een Egyptenaar. Nu was er geroddel in de harem over die relatie en Ali kreeg het bevel die Egyptenaar om te brengen. Mohammed nam geen risico's als het om vrouwen ging. Toen Ali vaststelde dat de man in feite een eunuch was, liet hij hem leven.

Deze episodes kostten twee mensenlevens, dat van Safwan en dat van Hamna, de zuster van Zainab, die Aisha belasterd had, en bijna dat van de Egyptenaar en dat van de huichelaar Abdallah ben Ubayy; deze laatste ook wegens laster.

Er waren ook wrijvingen en jaloerse oprispingen tussen vrouwen; Aisha en de zeer trotse en temperamentvolle Hafsa waren namelijk het hoofd van één der intrigerende kernen in de harem. Aisha, Hafsa, Sauda en Safiya, de joodse, die wel eens om haar geloof geplaagd werd, spanden gewoonlijk samen tegen Umm Salama en Zainab.

Aan Umm Salama zou Mohammed gezegd hebben: "O, Umm Salama, val mij niet lastig door Aisha zwart te maken, want, bij Allah, nooit kwam er een goddelijke openbaring tot mij terwijl ik onder de lakens lag met enige vrouw onder u behalve bij haar".

Eens waren de vrouwen ontevreden en eisten meer mooie kleren van Mohammed, die hij evenwel niet bij machte was te geven. Toevallig kwam Umar daar aan, en de vrouwen wisten, dat die zeer streng was voor vrouwen. Tot vermaak van Mohammed en Umar verdwenen ze allen als de bliksem achter de gordijnen.

Umar zou hebben doen opmerken, dat hij meer te zeggen had aan de harem dan Mohammed zelf.

Bij die gelegenheid zal deze wel gezegd hebben: "Hoeveel vrouwen die in deze wereld mooi gekleed rondlopen, zullen naakt zijn in het andere leven!"

Aisha was nogal jaloers en hield Mohammed goed in de gaten. Hij kreeg, zoals bij andere vrouwen, een verhoor te verwerken, als hij ergens te lang toefde. Eens had Mohammed bij Zainab honing gekregen, en daar hield hij heel veel van. Aisha, Sauda, Safiya en Hafsa hadden afgesproken om elk afzonderlijk Mohammed te zeggen dat hij een stinkende adem had, zodat hij die honing zou weigeren. En het lukte.

Toen hij nu Asma, een dochter of zuster van Numan ibn al-Jaun van het prinselijk huis van Kindah, wilde huwen, wist de slimme Aisha er een stokje voor te steken. Trouw verzorgde ze met haar `zusters' het bruidskleed en de voorbereidselen voor het huwelijk, doch ze leerde ook de niets-vermoedende Asma wat ze moest zeggen aan Mohammed om hem zogezegd aangenaam te zijn. Dat zinnetje was: "Ik zoek bescherming bij Allah voor u" d.w.z. "tegen u". Asma trapte in de val, en Mohammed, die begreep dat zij niet van hem wilde, stuurde haar onmiddellijk terug naar huis.

Toen Aisha eens kloeg over haar migraine, zei Mohammed haar: "Als ge eerder sterft dan ik, bezorg ik u een prachtige begrafenis". Waarop de welbespraakte Aisha gevat antwoordde: "Zodra ge terugkeert van die begrafenis, zult ge mij vlug vergeten in gezelschap van uw andere vrouwen en dat nog wel in mijn eigen huis".

Ondanks zijn voorliefde voor vrouwen is Mohammed niet mals voor de vrouw als hij zegt: "O vrouwvolk, ... ik heb u in menigte gezien onder de bewoners van de hel. Gij pruttelt teveel tegen en ge zijt ondankbaar tegenover uw echtgenoot. Er zijn dagen en nachten waarin ge niet eens bidt en in de maand ramadan leeft ge de vasten niet na". Aisha bekent, dat zij sommige vastendagen oversloeg om de Profeet te kunnen voldoen.

Mohammed is hier dus enigszins inconsequent. Overigens beweert hij ook: "Het is maar in drie dingen dat zich slechte invloeden kunnen laten gelden: de vrouw, het paard en het huis".

Of nog: "Ik zal geen noodlottiger oorzaak van beroering aan de mens nalaten dan de vrouwen". Mogelijk moest hij dan ook denken aan vrouwen als Hind bint Utba, die in de slag bij Uhud, om zich te wreken voor de dood van haar vader, het lijk van Hamza, de oom van Mohammed, verminkte door zijn neus en zijn oren af te snijden om ze te schenken aan een krijger, en zijn lichaam opende om de lever eruit te halen en hem op te peuzelen. Toen dit te veel werd, moest ze hem uitspuwen. Zij was evenwel niet de enige. Vele vrouwen gaven zich over aan zulk vertier. Zij vormden kransen met afgesneden oren en neuzen van gevallen vijanden.

Toch is Mohammed ook belangrijk voor de evolutie van de rechten van vrouwen: zij krijgen nu een exact deel van de erfenis, vroeger kregen ze niets; meisjes borelingen mogen niet meer levend begraven worden, zoals we reeds vermeldden. Er is geen verplicht huwelijk met de vrouw en van de overleden vader door de zonen van die vader; vrouwen die werken houden hun verdiende loon; bij twist moet er een arbitrage plaatsvinden; de getuigenis van twee vrouwen heeft slechts de waarde van die van één man; vriendelijkheid en eerbied is vereist voor de vrouwen. Een vrouw moet je behandelen als een rib (met zinspeling op de rib van Adam), zei Mohammed. Als ge de rib probeert recht te trekken, dan breekt ze; ge moet ze dus gebruiken met haar kromming.

Er zijn evenwel restricties (de sluier) in de kleding (ook pruiken mogen vrouwen niet dragen) en de bewegingsvrijheid wordt beperkt. Hij had als beginsel de vrouwen te behandelen als krijgsgevangenen en vooral: de vader is het hoofd van de familie, vrouwen moeten gehoorzaam zijn.

Revolutionair is de wetgeving betreffende de vrouw niet; toch getuigt ze van een zekere invloed van de vrouwelijke elementen in Mohammeds omgeving en een zeker streven naar billijkheid.

De rol van de vrouw in het leven van Mohammed en in de toekomst van de islam is van de grootste betekenis. Khadidja, zijn eerste vrouw, is de eerste gelovige, die Mohammed tenslotte in zijn roeping bevestigt. Zij steunt hem, zij beschermt hem. Zij vormt de stut, die Mohammeds zelfvertrouwen sterkt. En die had hij vreselijk nodig.

Zij is de aanzet van het geloof in Mohammed, niettegenstaande het feit dat tijdens haar leven Mohammed praktisch geen enkel succes boekt, integendeel bijna volkomen verstoten wordt en afgewezen.

Naar vierde hoofdstuk : Islam en seks