Zesde Hoofdstuk : Allah is groot

De alomvattende dominantie van Allah in het brein en de mentaliteit van Mohammed bewerkt het ontstaan van een godsdienstige beweging. Gelovigen scharen zich om de Profeet: allen zijn nu broeders in de islam. Vrouw, kinderen en stam worden vergeten. Het is opmerkelijk: Mohammed erkent dat hij niet in staat is wonderen te doen. Hij erkent dat hij door de satan geïnspireerd werd en al te vriendelijk was voor de polytheïsten.

Het is ook duidelijk dat hij geen nieuwe godsdienst wil stichten: hij beroept zich op de oude tradities van joden en christenen, ziet zichzelf gewoon als een profeet voor de Arabieren, die tot nu toe verstoken waren gebleven van profeten (`ummi'). Zijn taak is het dus, op hun beurt de Arabieren te wijzen op de komst van het Grote Oordeel..

Hij ziet zich, zoals vermeld, voorspeld door Jezus, die gezegd had: "Dan zal de Vader u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de Waarheid". Jezus had dus een opvolger voorspeld, de heilige Geest, die definitief zou zijn. Die opvolger was natuurlijk Mohammed, de laatste. Dit belet niet dat hij aanvaardt dat Jezus zal oordelen op de laatste dag, maar dan wel volgens de wetten van de islam: de `shari`a'.

Opmerkelijk is dat Jezus oordeelt, terwijl Mohammed die laatste dag zal tussenkomen bij Allah voor de moslims. Mohammed is belangrijk milder dan Jezus. Door zijn verkondiging brengt Mohammed eenheid in de Arabische wereld, hij predikt de oorspronkelijke godsdienst van Abraham, één God, één Profeet, één godsdienstritus: het rituele gebed vijfmaal per dag (de salat). Daarbuiten komen slechts weinige plichten, geen wijn drinken, de ` zakat' (aalmoes en belasting), de vasten in de ramadan, de bedevaart (hadj). Alles wordt begeleid door de lezing uit de koran, de openbaring.

In de christelijke wereld werd de rol die de koran zal vervullen in de islam gespeeld door het evangelie. Bij de joden door de Thora. In het mechanisme van een godsdienst schijnt de aanwezigheid van een geschreven wijsheidstekst als kristallizatiepunt cruciaal te zijn. Die tekst is telkens weer een bron van inspiratie, een oproep tot geloof, een veroordeling van de ongelovigen.

De moraal die Mohammed verkondigt is vrij eenvoudig en traditioneel: men moet geloven in God, Hem aanroepen ter vergeving van de zonden, dikwijls gebedsoefeningen houden, ook 's nachts, de medemens, bijzonder de noodlijdenden, helpen, (o.a. door de `zakat' te betalen), zich onthechten van bedrieglijke rijkdom en zich ook onthouden van bedrog. Daarbij komt: diegenen groeten die men kent en ook diegenen die men niet kent. "Niemand", zei Mohammed in een uitspraak die nogal bijbels klinkt, "heeft het geloof als hij niet voor zijn naaste verlangt wat hij voor zichzelf verlangt"..

Als men hem vroeg: "Wat is de beste daad?" antwoordde Mohammed: "Geloven in Allah en zijn Profeet". De ondervrager voegde dan daarbij: "Welk is de volgende?" Hij antwoordde: "Deelnemen aan de heilige oorlog voor Allahs zaak". De ondervrager vroeg dan verder: "Welke is de volgende?". Hij antwoordde: "De bedevaart (`hadj') houden...".

Het uiteindelijke doel van heel deze ordening is de ` umma', de éne gelovige gemeenschap vormen rond het éne geloof en zijn Profeet. Daarvoor is o.a. de bedevaart één van de pijlers. Deze bedevaart kreeg haar uiteindelijke vorm bij de afscheidsbedevaart van Mohammed. Men moet evenwel onderscheid maken tussen de kleine bedevaart `umra' en de grote bedevaart `hadj'. De `umra' was al een oud-Arabische traditie, die geaccapareerd werd door Mohammed, en die behoorde tot de persoonlijke devotie. Normaal werden beiden verbonden. Men moest zevenmaal om de Ka`ba wandelen en de zwarte steen kussen. Deze zwarte steen werd volgens de traditie door de engel Gabriël aan Abraham gegeven. Men moest zeven kiezelstenen werpen om de satan te tergen, verder zevenmaal tussen de Al- Safa-heuvel en de Al- Marwa-heuvel gaan, water drinken uit de Zamzambron, - volgens de traditie ontstond deze bron, toen de engel Gabriël Hagar en Ismaël redde, die anders van dorst waren omgekomen in de woestijn, nadat ze verstoten waren door Abraham, - het hoofdhaar afscheren, en een dier offeren.

Mohammed offerde het laatste jaar honderd kamelen.

Men mag de invloed van het ritueel beleven van de islam niet onderschatten. Het is het stramien van het dagelijkse leven van de moslim. Daardoor werd het mogelijk zijn geestesleven te laten beheersen door twee hoofdgedachten: Allah is groot en Mohammed is zijn Profeet. Meer moest een moslim niet weten en meer moest hij niet begrijpen.

Door het reciteren van de koran, door de dagelijkse onderwerping bereikt Mohammed uiteindelijk zijn doel. In het christendom ging het niet anders. In den beginne was er het evangelie, nadien de catechismus, er was de zondagmis, het angelus, de preken in de kerk. Er werd geknield, gebeden.

Bovendien, zowel in de oorspronkelijke boodschap van Mohammed, als in die van Christus, was de nakende Oordeelsdag een afschrikwekkend vooruitzicht. De theologie, het dogma en de moraal van de islam, is dus vrij eenvoudig. Zij bevat geen grote mysteries. Ook daarin staat de islam tegenover het christendom, dat een reeks mysteries kent, die het poogt te verklaren door ingewikkelde filosofische constructies.

De Drievuldigheid, de dubbele natuur van Christus, de menswording, de erfzonde, de eucharistie, het zijn stuk voor stuk onbegrijpelijke `waarheden'.

De theologie van de islam daarentegen is toegankelijk voor elke gelovige. Zij verwoordt in bijbelse eenvoud de regel voor de verhouding van de mens tot God, met dien verstande dat zij vastgelegd werd door de bemiddeling van de Profeet.

Zijn vrouw Khadidja is zijn eerste gelovige. Daarna volgen een vrijgelaten slaaf Zaid, en een paar familieleden. Meestal waren de andere gelovigen jongeren (bijna geen enkele boven de dertig jaar) en sociaal zwakkeren. Het begon allemaal in het grootste geheim als een soort jeugdbeweging. Het was een basisstreven van de Profeet de stamloyaliteit te vernietigen en te vervangen door een totale aanhankelijkheid aan de islamitische gemeenschap. Vele jonge moslims hadden die nieuwe richting met enthousiasme aanvaard. Zij brandden van verlangen om zich te wreken wegens de doorstane vervolging. Zij waren arm en gescheiden van vrouw en kinderen. Mohammed zou hun gezegd hebben: "Niemand van u heeft geloof totdat hij mij meer bemint dan zijn vader en zijn kinderen en heel de mensheid".

Deze uitspraak lijkt verdacht op die van Jezus: "Wie vader en moeder meer bemint dan Mij is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij is Mij niet waardig". Zoals Jezus, die zei "Wie niet met Mij is, is tegen Mij", verkondigde Mohammed: "Wie niet houdt van mijn wijze van doen, is niet met mij".

Ofwel is dit een aanwijzing dat deze uitspraken van Mohammed geïnspireerd werden door het evangelie, ofwel vloeien zij eenvoudigweg voort uit de paranoïde egocentrische logica. Mohammed streeft ernaar dat alle Arabieren en tenslotte alle volkeren, zich scharen om zijn persoon als de uitdrukking van de wil van God.

Naar Zevende Hoofdstuk : Het zwaard van Allah